Bekkenbodemklachten of een spoedkeizersnede zijn te voorkomen als artsen bij 10 centimeter ontsluiting een simpele echo uitvoeren. Het is voor gynaecologen vooraf altijd lastig inschatten of het hoofdje van het kindje door de bekken past. Een passende oplossing hiervoor vonden ze echter nooit, tot nu. Uit Gronings onderzoek blijkt dat een echo op het allerlaatste moment de uitkomst is. Dat meldt het Algemeen Dagblad.

Een echo voorafgaand aan de bevalling geeft vaak niet het juiste beeld. “De grootte van het hoofdje en het bekken zeggen in die fase nog niets over hoe de bevalling verloopt. Het hoofdje is nog flexibel doordat de schedelhelften over elkaar heen kunnen schuiven, en ook het bekken is verweekt waardoor het soepeler is. Pas op het allerlaatste moment van de bevalling kun je een echte goede voorspelling doen”, zegt hoofdonderzoeker en gynaecoloog Jasper Eijsink van het UMCG.

Onderzoeker in het Groningse ziekenhuis voerden een echo uit bij 250 vrouwen die op het punt lagen om te bevallen. Daarbij zetten ze tijdens het persen een apparaat op de schaamlip van de vrouw, zodat zichtbaar is wat de hoek van het schaambeen is en hoe deze zich verhoudt ten opzichte van het hoofdje van het ongeboren kindje. Als de hoek bijvoorbeeld te scherp is, kan een vacuümpomp al als overbodig beschouwd worden is de keuze voor een keizersnede sneller gemaakt. Iets wat nu vaak nog te laat gebeurt, omdat het kindje al ver is gedaald. Dit brengt risico’s met zich mee voor moeder en kind.

Moeizame bevallingen kunnen leiden tot bloedingen bij de moeder, urineverlies of pijn tijdens de seks. Het kindje kan tijdens een spoedkeizersnede bijvoorbeeld last krijgen van een tekort aan zuurstof.

Bron: Redactie Nationale Zorggids